Zwemlessen

De Waterratten is een zwemvereniging waar je zwemmen leert in een aantal stappen. We beginnen met de "Kleur Diploma's" door sommigen ook wel lintjes genoemd. Daarna gaan we verder voor het Zwem ABC. Vaak wordt ons de vraag gesteld hoe lang duurt het bij jullie dat ons kind zijn of haar diploma haalt. Hierop kunnen wij in het algemeen geen eenduidig antwoord geven. Er zijn kinderen bij die binnen een jaar hun A-diploma hebben, en er zijn kinderen die er veel langer over doen. Het duurt bij ons in het algemeen wel langer dan bij de zwemscholen in de omgeving, maar als de kinderen bij ons de diploma's van het Zwem ABC hebben gehaald, kunnen ze wel goed zwemmen. 

Wie nog beter wil leren zwemen kan verder voor de diverse Zwemvaardigheids diploma's. Wil je weten wanneer er zwemlessen zijn, kijk dan bij de zwemtijden.

 

Kleur Diploma's

Alle kinderen die op zaterdag in de Drieburcht komen zwemmen kennen ze wel, de diploma’s in allerlei kleuren (wit, geel, oranje, rood,groen en blauw), waarop hele leuke tekeningen staan. Veel mooier dan het A, B en C diploma, daarom zijn ze speciaal voor die kinderen die nog echt moeten leren zwemmen. Om deze diploma’s te kunnen halen, moet je laten zien dat je alles kunt wat erop staat. Als je alle oefeningen goed hebt gedaan, dan kun je verder naar de volgende groep. Als je het blauwe diploma hebt, dan kun je al best goed zwemmen en mag je voortaan altijd in het diepe bad oefenen. Daar kun je dan nog andere diploma’s halen: namelijk het A, B en C diploma.

Hieronder staat wat je voor de verschillende kleuren diploma’s allemaal moet kunnen:

Het Witte Diploma
Te water gaan: Alleen van de kant of vlot springen
Onder Water: Door een hoepel die onder het wateroppervlak ligt
Survival: Als krokodil lopen over de trap (met de handen)
Drijven: Drijven op buik en rug en zelf gaan staan
Ademhaling: Bellen blazen in het water
Beenslag: “Eendenwaggel” lopen over de bodem
Crawl: Met de benen spetteren bij de trap

Top

Het Gele Diploma
Te water gaan: Zelfstandig van de kant springen en de bodem met de handen aantikken
Onder Water: Onder water door een hoepel
Survival: In diep water langs goot of lijn verplaatsen
Drijven: 5 tellen uitdrijven op buik
Ademhaling: Onder water bellen blazen
Beenslag: “Eendenwaggel” met opgetrokken tenen
Schoolslag: Drijven en maken van een rondje met de benen
Rugslag: Drijven en maken van een rondje met de benen
Borstcrawl: “Flapperslag” op de buik met hoofd in het water
Rugcrawl: “Flapperslag” op de rug

Top

Het Oranje Diploma
Te water gaan: Van de kant springen, de bodem met de handen aantikken en op de kant klimmen
Onder Water: Vanaf de kant afzetten en door een hoepel die op 1,5 meter van de kant staat
Survival: Halve “boomstam” van buik naar rug en van rug naar buik
Drijven: 5 tellen uitdrijven op de buik en ook op de rug
Ademhaling: 3x onder water bellen blazen
Schoolslag: Beenslag op de buik met “eendentenen”
Rugslag: Beenslag op de rug met “eendentenen”
Borstcrawl: “Flapperslag” op de buik met “balletvoeten”
Rugcrawl: “Flapperslag” op de rug met “balletvoeten”

Top

Het Rode Diploma
Te water gaan: Van de glijbaan afgaan, geheel onder water en zelfstandig op de kant klimmen
Onder Water: Door 2 hoepels zwemmen op onderlinge afstand van 1 meter
Survival: Hele “boomstam” linksom en rechtsom
Drijven: Drijven en uitdrijven met T-shirt op buik en rug
Ademhaling: 3x boven water ademhalen en onder water uitblazen
Schoolslag: Armslag gevolgd door beenslag op de buik
Rugslag: Beenslag op de rug met stuwing
Borstcrawl: Borstcrawl met hoofd in het water
Rugcrawl: Rugcrawl armslag en beenslag

Top

Het Groene Diploma
Te water gaan: Op een mat in het water klimmen, met handen eerst het water in glijden en …
Onder water: een aantal slagen onder water zwemmen
Survival: Watertrappen op een bal of plankje hangend, hele “boomstam” en koprol
Drijven: Na afzet kant 5 tellen uitdrijven op buik, direct gevolgd door 5 tellen drijven op buik
Schoolslag: Armslag gevolgd door beenslag met inademen en onder water uitademen
Rugslag: Meerdere beenslagen op de rug kunnen uitvoeren
Borstcrawl: Borstcrawl met inademen en onder water uitademen
Rugcrawl: 5 meter rugcrawl zwemmen

Top

Het Blauwe Diploma
Te water gaan: Op knieën zittend van de mat af, gevolgd door…
Onder water: het oprapen van een voorwerp van de bodem
Survival: 15 seconden watertrappen bij kant of lijn ,“boomstam”, koprol en hoekduik
Drijven: Na afzet van de kant 5 tellen uitdrijven op rug, direct gevolgd door 5 tellen drijven op rug
Schoolslag: 10 meter schoolslag zwemmen met goede combinatie en ademhaling
Rugslag: 10 meter rugslag kunnen zwemmen
Borstcrawl: 10 meter borstcrawl kunnen zwemmen
Rugcrawl: 10 meter volledige rugcrawl kunnen zwemmen

Top

   

Zwem ABC

Het Zwem-ABC bestaat uit een drietal Nationale Zwemdiploma's: A, B en C. Het Zwem-ABC is inhoudelijk gericht op het jonge kind. De zwemdiploma's A en B zijn waardevolle tussenstapjes, maar wie het zwemdiploma C op zak heeft is een echte vriend van het water geworden. Een echte Waterrat, die zich dan goed kan redden in moderne zwembaden en bij activiteiten in, op en aan het water.

Wanneer mag ik diplomazwemmen?

Vaak wordt er gevraagd, wanneer mag ik nu op diploma? Voor de gekleurde diploma’s,: wit, geel, oranje, rood, groen en blauw wordt er namelijk best vaak gekeken of je je diploma haalt en een groepje verder kunt. Maar als je je blauwe diploma al hebt gehaald, dan gaat het niet meer zo makkelijk.

3 keer per jaar diplomazwemmen
Voor de diploma’s A, B en C, maar ook voor de zwemvaardigheidsdiploma’s
1, 2 en 3 , wordt er namelijk diploma gezwommen op 3 dagen in het jaar. We doen dit als er geen les wordt gegeven, meestal op zondag. Deze dagen moeten we al een jaar van tevoren aanvragen bij de gemeente, want anders is het zwembad bezet.

Wanneer mag je op voor je diploma?
3 of 4 weken voor het diplomazwemmen is het testzwemmen. Vaak kijkt dan een andere meneer of juf naar jullie zwemkunsten. Als je alles kunt wat je voor je diploma moet kunnen, mag je op diploma, anders is het beter als je nog even oefent. Als jullie op diploma mogen, dan moeten wij dat doorgeven aan de Nationale Raad Zwemdiploma’s.

Zijn jullie streng bij het testzwemmen?
Wij vinden het erg belangrijk dat jullie als jullie op diploma mogen, het dan ook halen. En sowieso moet je, als je bij ons je diploma haalt, echt goed kunnen zwemmen, waarbij het niet uitmaakt hoe diep dat het is. Echt streng zijn we dus niet, maar we laten je niet opgaan voor het diploma als je nog niet alles goed kan.

Zijn jullie streng bij het diplomazwemmen?
Bij het diplomazwemmen staan er vaak ook mensen die lesgeven, te kijken of jullie je diploma wel kunnen halen. Gelukkig zijn er ook vaak andere mensen bij, zoals mensen die ergens anders lesgeven of een rapporteur van de Nationale Raad Zwemdiploma’s. Die rapporteur kijkt of wij jullie wel eerlijk jullie diploma’s geven. Gelukkig krijgen de beoordelingscommissies en ook de vereniging vaak alleen maar complimentjes van de rapporteur. Wij vinden dan ook zeker dat wij niet te streng zijn als jullie diploma gaat zwemmen, maar je krijgt je diploma natuurlijk niet zonder dat je laat zien dat je goed kan zwemmen.

Kan ik net zo goed zwemmen als mijn vriendje? Als jouw vriendje of vriendinnetje ergens anders hetzelfde diploma heeft gehaald, dan moet je zeker net zo goed kunnen zwemmen. Misschien wel beter, want jij hebt niet alleen hetzelfde diploma, je bent ook nog eens een waterrat!

 

Eisen Zwemdiploma A
Gekleed:
1. Vanaf enige hoogte te water gaan met een voetsprong voorwaarts; na het bovenkomen aansluitend
2. 15 seconden watertrappen, gevolgd door
3. 12,5 meter schoolslag, onder een lijn door duiken, een halve draai om de lengte-as en
4. 12,5 meter enkelvoudige rugslag; proef afronden met
5. zelfstandig uit het water op de kant klimmen. 
Badkleding: 
1. Van de kant te water gaan met een sprong (een kopsprong heeft de voorkeur), direct gevolgd door (zonder boven te komen)
2. onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 3 meter van de (start-)kant bevindt.
3.1. 50 meter schoolslag, proef afmaken met
3.2. 50 meter enkelvoudige rugslag.
4.1. In het water afzetten van de wand, direct gevolgd door
4.2. 5 seconden uitdrijven op de borst, aansluitend enkele meters schoolslag, waarna
4.3. 5 seconden drijven op de borst.
5.1. In het water afzetten van de wand, direct gevolgd door 
5.2. 5 seconden uitdrijven op de rug, aansluitend enkele meters enkelvoudige rugslag, waarna 10 seconden drijven op de rug.
6. In het water afzetten van de wand, aansluitend 5 meter borstcrawl.
7. In het water afzetten van de wand, aansluitend 5 meter rugcrawl.
8. Van de kant te water gaan met een sprong naar keuze, gevolgd door 60 seconden watertrappen met gebruik van armen en benen, waarin 2 keer, al watertrappend een hele draai om de lengte-as gemaakt wordt.
Eisen Zwemdiploma B
Gekleed: 
1. Vanaf enige hoogte te water gaan met een voetsprong voorwaarts, onder water een halve draai om lengte-as maken; na het boven komen aansluitend
2. 15 seconden watertrappen, gevolgd door
3. 25 meter schoolslag, onderbroken door 1 keer onder een vlot door zwemmen en 1 keer een hele draai om de lengte-as, en
4. 25 meter enkelvoudige rugslag; proef afronden met 
5. zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
Badkleding: 
1. Van de kant te water gaan met een kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven te komen)
2. onder water zwemmen door een gat in een verticaal, in het water hangend zeil, dat zich op 6 meter van de (start-)kant bevindt.
3.1. 75 meter schoolslag, onderbroken door 1 keer voetwaarts richting de bodem zakken; proef afmaken met
3.2. 75 meter enkelvoudige rugslag.
4.1. In het water afzetten van de wand, direct gevolgd door
4.2. 5 seconden uitdrijven op de borst, aansluitend enkele meters schoolslag, waarna 7 seconden drijven op de borst.
5. In het water afzetten van de wand, direct gevolgd door 5 seconden uitdrijven op de rug, aansluitend enkele meters enkelvoudige rugslag, waarna 15 seconden drijven op de rug.
6. In het water afzetten van de wand, aansluitend 10 meter borstcrawl.
7. In het water afzetten van de wand, aansluitend 10 meter rugcrawl.
8. Van de kant te water gaan met een sprong naar keuze, gevolgd door 30 seconden watertrappen met gebruik van armen en benen, aansluitend 30 seconden watertrappen met de benen.
Eisen Zwemdiploma C
Gekleed: 
1. Van de kant te water gaan met een rol voorover, aansluitend
2. 15 seconden watertrappen, gevolgd door
3. 30 seconden blijven drijven (HELP-houding) met gebruik van een hulpmiddel.
4. Van de kant te water gaan met een sprong naar keuze, aansluitend 50 meter schoolslag, onderbroken door 1 keer onder een vlot door zwemmen en 1 keer over een vlot heen klimmen en
5. 50 meter enkelvoudige rugslag; proef afronden met
6. zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
Badkleding:
1. Van de kant te water gaan met een kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven te komen)
2. onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start-)kant bevindt.
3.1. 100 meter schoolslag, onderbroken door 1 keer koprol voorover en 1 keer een hoekduik richting bodem maken; proef afronden met
3.2. 100 meter enkelvoudige rugslag.
4.1. Van de kant te water gaan met een kopsprong (een startsprong heeft de voorkeur), direct gevolgd door
4.2. 5 seconden uitdrijven op de borst, aansluitend enkele meters schoolslag, waarna 10 seconden drijven op de borst.
5. In het water afzetten van de wand, direct gevolgd door 5 seconden uitdrijven op de rug, aansluitend enkele meters enkelvoudige rugslag, waarna
6. 20 seconden drijven op de rug, gevolgd door 5 meter hoofdwaarts voortbewegen op de rug met gebruik van armen.
7. In het water afzetten van de wand, aansluitend 15 meter borstcrawl.
8. In het water afzetten van de wand, aansluitend 15 meter rugcrawl.
9. Van de kant te water gaan met een hurksprong, gevolgd door 30 seconden watertrappen met verplaatsen in meerdere richtingen, met gebruik van armen en benen, en 30 seconden (verticaal) blijven drijven met gebruik van armen.

 

 

Zwemvaardigheid

We geven op zaterdagen ook les in Zwemvaardigheid 1, 2 en 3 verder kun je nog een aantal keuze pakketten volgen om specifieke vaardigheden aan te leren. Hieronder staan de eisen voor Zwemvaardigheid 1, 2 en 3 zoals ze sinds 15 november 2005 gelden. Op de site van "Nationaal Platform Zwembaden | NRZ" vind u de eisen van de verschillende keuze pakketten, de link naar deze site vind u op de "Links" pagina van onze website.

Zwemvaardigheid 1

Gekleed zwemmen:

  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met sprong naar keuze (helemaal onder water gaan); na het boven water komen aansluitend
  • al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen) plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden blijven drijven; aansluitend
  • proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven water te komen)
  • onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start-)kant bevindt; vervolgens schoolslag tot 25 meter, daarna
  • 50 meter enkelvoudige rugslag, 2 keer onderbroken door een koprol achterover,
  • 50 meter schoolslag, 2 keer onderbroken door: onder een vlot in de lengte (minimaal 1,5 meter) door zwemmen, vervolgens erop klimmen en aan de tegenoverliggende kant eraf gaan, wederom onder het vlot door zwemmen
  • proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  • Tweetallen. Een deelnemer die in het water ligt met behulp van een flexibeam of lesplankje naar de kant trekken.

N.B. Het kledingpakket is: badkleding T-shirt, blouse of hemd met lange mouwen lange broek (lange broeken die naadloos aansluiten op de huid zijn niet toegestaan) schoenen (plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan; schoenen zonder echte zool zijn niet toegestaan).

In badkleding:

  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 150 meter schoolslag, waarbij minimaal 2 keer een correct keerpunt wordt gemaakt.
  • Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 25 meter samengestelde rugslag.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 25 meter borstcrawl.
  • Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok) met wedstrijdstart, gevolgd door 25 meter rugcrawl.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 8 meter (beginners)vlinderslag.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze; een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een hoekduik en daarna het aantikken van drie pilonnen, die op een onderlinge afstand van 2 meter minimaal 2 meter onder het wateroppervlak zijn opgesteld.
  • In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken (stuwen) in de richting van het hoofd, proef afronden met een gehurkte draai (360°).
  • In het water, tweetallen, 4 x de bal werpen.
  • Starten in het water, 10 meter polocrawl zwemmen.
  • 30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen.

Top

Zwemvaardigheid 2

Gekleed zwemmen:

  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong voorwaarts (helemaal onder water gaan); na het boven water komen aansluitend
  • al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen) plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 1 minuut blijven drijven; aansluitend
  • proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven water te komen)
  • onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start-)kant bevindt, waarna (zonder boven water te komen) een pilon op 12 meter (van de startkant) wordt aangetikt; vervolgens schoolslag tot 25 meter; daarna
  • 50 meter enkelvoudige rugslag, 1 keer onderbroken door een koprol voorover en een koprol achterover, daarna
  • 50 meter schoolslag, waarbij 1 keer het volgende onderdeel wordt uitgevoerd met tweetallen:
    deelnemer A en B zwemmen naar elkaar toe, deelnemer A legt de handen op de schouders van deelnemer B en duwt deze even onder water terwijl hij/zij er overheen zwemt. Deelnemer B zwemt onder deelnemer A door;
  • proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  • Tweetallen. Vanaf de kant met een hurksprong te water gaan met een flexibeam of lesplankje in de hand, vervolgens de kant vastpakken, flexibeam of lesplankje laten vastpakken door de deelnemer die in het water ligt en deze naar de kant trekken.

NB. Het kledingpakket is: badkleding T-shirt, blouse of hemd met lange mouwen lange broek (lange broeken die naadloos aansluiten op de huid zijn niet toegestaan) schoenen (plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan; schoenen zonder echte zool zijn niet toegestaan).

In badkleding:

  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 175 meter schoolslag, waarbij minimaal 2 keer een correct keerpunt wordt gemaakt.
  • Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 50 meter samengestelde rugslag.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 50 meter borstcrawl.
  • Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok) met wedstrijdstart, gevolgd door 50 meter rugcrawl.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 10 meter vlinderslag.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een hoekduik en daarna onder water door 2 staande hoepels zwemmen die op een onderlinge afstand van 2 meter minimaal 1,5 meter onder het wateroppervlak zijn opgesteld.
  • In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken (stuwen) in de richting van de voeten; proef afronden met een gehurkte draai (360°) rechtsom, uitstrekken en aansluitend een draai (360°) linksom.
  • In het water, met tweetallen, 4 x de bal werpen.
  • Starten in het water, 10 meter zwemmen met de bal met de polocrawl
  • 30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen, op signaal 3 keer omhoog komen.

op

Zwemvaardigheid 3
Gekleed zwemmen:
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong voorwaarts (helemaal onder water gaan); na het boven water komen aansluitend
  • al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen) plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden blijven drijven, daarna onder water gaan, de plastic zak legen, weer boven komen en opnieuw met lucht vullen en 30 seconden drijven,
  • proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een kopsprong direct gevolgd door (zonder boven water te komen)
  • onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start-)kant bevindt, waarna (zonder boven water te komen) een pilon op 15 meter wordt aangetikt; vervolgens schoolslag tot 25 meter, daarna
  • 50 meter enkelvoudige rugslag, 1 keer onderbroken door twee koprollen voorover en twee koprollen achterover; daarna
  • 50 meter schoolslag, onderbroken door: een hoekduik, onder water door een poortje heen, een halve draai om de lengte-as maken naar rugligging en zo boven water komen;
  • proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  • Tweetallen. Vanaf de kant met een hurksprong te water gaan met een flexibeam of lesplankje in de hand, flexibeam of lesplankje laten vastpakken door de deelnemer die minimaal 10 meter vanaf de kant in het water ligt en deze 10 meter in rugligging naar de kant trekken

NB. Het kledingpakket is: badkleding T-shirt, blouse of hemd met lange mouwen lange broek (lange broeken die naadloos aansluiten op de huid zijn niet toegestaan) schoenen (plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan; schoenen zonder echte zool zijn niet toegestaan).

In badkleding:

  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 200 meter schoolslag, waarbij minimaal 3 keer een correct keerpunt wordt gemaakt.
  • Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 75 meter samengestelde rugslag.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 75 meter borstcrawl, waarbij minimaal 1 tuimelkeerpunt wordt gemaakt.
  • Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok) met wedstrijdstart, gevolgd door 75 meter rugcrawl, waarbij minimaal 1 keerpunt wordt gemaakt.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 15 meter vlinderslag.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een hoekduik en daarna onder water een hoepel van de bodem optillen (deze bevindt zich horizontaal op de bodem, minimaal 2 meter diep), er doorheen gaan en vervolgens weer boven water komen.
  • In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken (stuwen) in de richting van het hoofd, aansluitend een salto achterover gehurkt.
  • Starten in het water, 10 meter zwemmen met de bal met de polocrawl, met z’n tweeën naast elkaar, de bal twee keer naar elkaar overspelen.
  • 30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen, waarbij de bal minimaal 3 keer wordt overgegeven van de ene naar de andere hand, ruim boven het wateroppervlak.

Top