De Waterratten is een zwemvereniging
waar je zwemmen leert in een aantal stappen.
We beginnen met de "Kleur Diploma's" door sommigen ook wel lintjes genoemd.
Daarna gaan we verder voor het Zwem ABC. Vaak wordt ons
de vraag gesteld hoe lang duurt het bij jullie dat ons kind zijn of haar diploma
haalt. Hierop kunnen wij in het algemeen geen eenduidig antwoord geven. Er zijn
kinderen bij die binnen een jaar hun A-diploma hebben, en er zijn kinderen die
er veel langer over doen. Het duurt bij ons in het algemeen wel langer dan bij
de zwemscholen in de omgeving, maar als de kinderen bij ons de diploma's van het
Zwem ABC hebben gehaald, kunnen ze wel goed zwemmen.
Wie nog beter wil leren zwemen kan
verder voor de diverse Zwemvaardigheids diploma's.
Wil je weten wanneer er zwemlessen zijn, kijk dan bij de
zwemtijden.

Kleur Diploma's
Alle kinderen die op zaterdag in de Drieburcht komen
zwemmen kennen ze wel, de diploma’s in allerlei kleuren (wit,
geel, oranje, rood,groen en
blauw), waarop hele leuke
tekeningen staan. Veel mooier dan het A, B en C diploma, daarom zijn ze speciaal
voor die kinderen die nog echt moeten leren zwemmen. Om deze diploma’s te kunnen
halen, moet je laten zien dat je alles kunt wat erop staat. Als je alle
oefeningen goed hebt gedaan, dan kun je verder naar de volgende groep. Als je
het blauwe diploma hebt, dan kun je al best goed zwemmen en mag je voortaan
altijd in het diepe bad oefenen. Daar kun je dan nog andere diploma’s halen:
namelijk het A, B en C diploma.
Hieronder staat wat je voor de verschillende kleuren
diploma’s allemaal moet kunnen:
| Het Witte Diploma |
 |
|
Te water gaan: |
Alleen van de kant of vlot springen |
|
Onder Water: |
Door een hoepel die onder het wateroppervlak ligt |
|
Survival: |
Als krokodil lopen over de trap (met de handen) |
|
Drijven: |
Drijven op buik en rug en zelf gaan staan |
|
Ademhaling: |
Bellen blazen in het water |
|
Beenslag: |
“Eendenwaggel” lopen over de bodem |
|
Crawl: |
Met de benen spetteren bij de trap |
|
|
Top |
| Het Gele Diploma |
 |
|
Te water gaan: |
Zelfstandig van de kant springen en de bodem met de handen
aantikken |
|
Onder Water: |
Onder water door een hoepel |
|
Survival: |
In diep water langs goot of lijn verplaatsen |
|
Drijven: |
5 tellen uitdrijven op buik |
|
Ademhaling: |
Onder water bellen blazen |
|
Beenslag: |
“Eendenwaggel” met opgetrokken tenen |
|
Schoolslag: |
Drijven en maken van een rondje met de benen |
|
Rugslag: |
Drijven en maken van een rondje met de benen |
|
Borstcrawl: |
“Flapperslag” op de buik met hoofd in het water |
|
Rugcrawl: |
“Flapperslag” op de rug |
|
|
Top |
| Het Oranje Diploma |
 |
|
Te water gaan: |
Van de kant springen, de bodem met de handen aantikken en op de
kant klimmen |
|
Onder Water: |
Vanaf de kant afzetten en door een hoepel die op 1,5 meter van
de kant staat |
|
Survival: |
Halve “boomstam” van buik naar rug en van rug naar buik |
|
Drijven: |
5 tellen uitdrijven op de buik en ook op de rug |
|
Ademhaling: |
3x onder water bellen blazen |
|
Schoolslag: |
Beenslag op de buik met “eendentenen” |
|
Rugslag: |
Beenslag op de rug met “eendentenen” |
|
Borstcrawl: |
“Flapperslag” op de buik met “balletvoeten” |
|
Rugcrawl: |
“Flapperslag” op de rug met “balletvoeten” |
|
|
Top |
| Het Rode Diploma |
 |
|
Te water gaan: |
Van de glijbaan afgaan, geheel onder water en zelfstandig op de
kant klimmen |
|
Onder Water: |
Door 2 hoepels zwemmen op onderlinge afstand van 1 meter |
|
Survival: |
Hele “boomstam” linksom en rechtsom |
|
Drijven: |
Drijven en uitdrijven met T-shirt op buik en rug |
|
Ademhaling: |
3x boven water ademhalen en onder water uitblazen |
|
Schoolslag: |
Armslag gevolgd door beenslag op de buik |
|
Rugslag: |
Beenslag op de rug met stuwing |
|
Borstcrawl: |
Borstcrawl met hoofd in het water |
|
Rugcrawl: |
Rugcrawl armslag en beenslag |
|
|
Top |
| Het Groene Diploma |
 |
|
Te water gaan: |
Op een mat in het water klimmen, met handen eerst het water in
glijden en … |
|
Onder water: |
een aantal slagen onder water zwemmen |
|
Survival: |
Watertrappen op een bal of plankje hangend, hele “boomstam” en
koprol |
|
Drijven: |
Na afzet kant 5 tellen uitdrijven op buik, direct gevolgd door 5
tellen drijven op buik |
|
Schoolslag: |
Armslag gevolgd door beenslag met inademen en onder water
uitademen |
|
Rugslag: |
Meerdere beenslagen op de rug kunnen uitvoeren |
|
Borstcrawl: |
Borstcrawl met inademen en onder water uitademen |
|
Rugcrawl: |
5 meter rugcrawl zwemmen |
|
|
Top |
| Het Blauwe Diploma |
 |
|
Te water gaan: |
Op knieën zittend van de mat af, gevolgd door… |
|
Onder water: |
het oprapen van een voorwerp van de bodem |
|
Survival: |
15 seconden watertrappen bij kant of lijn ,“boomstam”, koprol en
hoekduik |
|
Drijven: |
Na afzet van de kant 5 tellen uitdrijven op rug, direct gevolgd
door 5 tellen drijven op rug |
|
Schoolslag: |
10 meter schoolslag zwemmen met goede combinatie en ademhaling |
|
Rugslag: |
10 meter rugslag kunnen zwemmen |
|
Borstcrawl: |
10 meter borstcrawl kunnen zwemmen |
|
Rugcrawl: |
10 meter volledige rugcrawl kunnen zwemmen |
|
|
Top |

Zwem ABC
Het Zwem-ABC bestaat uit een drietal
Nationale Zwemdiploma's: A, B en
C. Het Zwem-ABC is inhoudelijk gericht op het jonge kind. De zwemdiploma's A
en B zijn waardevolle tussenstapjes, maar wie het zwemdiploma C op zak heeft is
een echte vriend van het water geworden. Een echte Waterrat, die zich dan goed
kan redden in moderne zwembaden en bij activiteiten in, op en aan het water.
Wanneer mag ik diplomazwemmen?
Vaak
wordt er gevraagd, wanneer mag ik nu op diploma? Voor de gekleurde diploma’s,:
wit, geel, oranje,
rood,
groen en blauw wordt er namelijk best
vaak gekeken of je je diploma haalt en een groepje verder kunt. Maar als je je
blauwe diploma al hebt gehaald, dan gaat het niet meer zo makkelijk.
3 keer per jaar diplomazwemmen
Voor de diploma’s A, B en C,
maar ook voor de zwemvaardigheidsdiploma’s
1, 2 en
3 , wordt er namelijk diploma
gezwommen op 3 dagen in het jaar. We doen dit als er geen les wordt gegeven,
meestal op zondag. Deze dagen moeten we al een jaar van
tevoren aanvragen bij de gemeente, want anders is het zwembad bezet.
Wanneer mag je op voor je diploma?
3 of 4 weken voor het diplomazwemmen is het testzwemmen. Vaak kijkt dan een
andere meneer of juf naar jullie zwemkunsten. Als je alles kunt wat je voor je
diploma moet kunnen, mag je op diploma, anders is het beter als je nog even
oefent. Als jullie op diploma mogen, dan moeten wij dat doorgeven aan de
Nationale Raad Zwemdiploma’s.
Zijn jullie streng bij het testzwemmen?
Wij vinden het erg belangrijk dat jullie als jullie op diploma mogen, het
dan ook halen. En sowieso moet je, als je bij ons je diploma haalt, echt goed
kunnen zwemmen, waarbij het niet uitmaakt hoe diep dat het is. Echt streng zijn
we dus niet, maar we laten je niet opgaan voor het diploma als je nog niet alles
goed kan.
Zijn jullie streng bij het diplomazwemmen?

Bij het diplomazwemmen staan er vaak ook mensen die lesgeven, te kijken of
jullie je diploma wel kunnen halen. Gelukkig zijn er ook vaak andere mensen bij,
zoals mensen die ergens anders lesgeven of een rapporteur van de Nationale Raad
Zwemdiploma’s. Die rapporteur kijkt of wij jullie wel eerlijk jullie diploma’s
geven. Gelukkig krijgen de beoordelingscommissies en ook de vereniging vaak
alleen maar complimentjes van de rapporteur. Wij vinden dan ook zeker dat wij
niet te streng zijn als jullie diploma gaat zwemmen, maar je krijgt je diploma
natuurlijk niet zonder dat je laat zien dat je goed kan zwemmen.
Kan ik net zo goed zwemmen als mijn vriendje? Als jouw
vriendje of vriendinnetje ergens anders hetzelfde diploma heeft gehaald, dan
moet je zeker net zo goed kunnen zwemmen. Misschien wel beter, want jij hebt
niet alleen hetzelfde diploma, je bent ook nog eens een waterrat!
| Zwemdiploma A
(kledingeisen) |
 |
|
Gekleed
zwemmen:
|
| |
|
1.1 |
Van een startblok of 1 -meter springplank te water gaan met een
voetsprong voorwaarts (helemaal onder water gaan), na het boven
komen aansluitend |
|
1.2 |
15 seconden watertrappen met gebruik van armen en benen, gevolgd
door |
|
1.3 |
12,5 meter schoolslag, onder een lijn door duiken, ½ draai om de
lengte-as en |
|
1.4 |
12,5 meter rugslag (armen mogen actief worden gebruikt), proef
afronden met |
|
1.5 |
zelfstandig (eventueel via trapje) uit het water op de kant
klimmen. |
|
|
|
In badkleding: |
|
|
|
2.1 |
Van de kant of startblok te water gaan met een sprong (een
kopsprong heeft de voorkeur), direct gevolgd door (zonder boven
te komen) |
|
2.2 |
onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in
een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 3 meter van
de (start-)kant bevindt, na het boven komen |
|
2.3 |
50 meter schoolslag, proef afmaken met |
|
2.4 |
50 meter enkelvoudige rugslag (armen passief). |
|
|
|
|
3.1 |
Naar keuze te water gaan van de kant met kopsprong of in het
water afzetten van de wand, direct gevolgd door |
|
3.2 |
10 seconden uitdrijven op de borst, aansluitend enkele meters
schoolslag, waarna |
|
3.3 |
5 seconden drijven op de borst, waarna enkele meters schoolslag. |
|
|
|
|
4.1 |
Afzetten van de wand en 10 seconden uitdrijven op de rug, waarna |
|
4.2 |
enkele meters enkelvoudige rugslag, daarna 10 seconden drijven
op de rug, proef afmaken met enkele meters enkelvoudige rugslag. |
|
|
|
|
5.1 |
Van de kant of startblok te water gaan met een sprong (een
kopsprong heeft de voorkeur), aansluitend 8 meter
beginners-borstcrawl. |
|
|
|
|
6.1 |
In het water, afzetten van de wand, aansluitend 8 meter
beginners-rugcrawl. |
|
|
|
|
7.1 |
Van de kant te water gaan met een sprong naar keuze, gevolgd
door |
|
7.2 |
60 Seconden watertrappen met gebruik van armen en benen, waarin
tevens 2 keer, al watertrappend, een hele draai om de lengte-as
voor komt. |
|
|
|
De in de diverse proeven genoemde te zwemmen afstanden moeten
zonder onderbreking en zonder dat de kandidaat aan bodem, wand
of enig voorwerp steun zoekt, worden afgelegd. |
|
|
Top |
| Zwemdiploma B
(kledingeisen) |
 |
|
Gekleed
zwemmen:
|
| |
|
1.1 |
Van een startblok of 1-meter springplank te water
gaan met een voetsprong voorwaarts (helemaal onder water gaan),
onder water (minimaal) een halve draai om de lengte-as maken, na
het boven komen, aansluitend |
|
1.2 |
30 seconden watertrappen met gebruik van armen en
benen, gevolgd door |
|
1.3 |
25 meter schoolslag, onderbroken door 1 keer
onder een vlot door zwemmen en 1 keer hele draai om de lengte-as
en |
|
1.4 |
25 meter enkelvoudige rugslag (armen mogen actief
worden gebruikt), proef afronden met |
|
1.5 |
zelfstandig (bij voorkeur niet via trapje) uit
het water op de kant klimmen. |
|
|
|
In badkleding: |
|
|
|
2.1 |
Van de kant of startblok te water gaan met een
kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven te komen) |
|
2.2 |
onder water oriënteren en onder water zwemmen
door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich
op 6 meter van de (start-)kant bevindt, na het boven komen,
aansluitend |
|
2.3 |
75 meter schoolslag, onderbroken door 3 keer
voetwaarts richting de bodem te zakken met gestrekte armen boven
het hoofd, tot de vinger-toppen onder water zijn, proef afmaken
met |
|
2.4 |
75 meter enkelvoudige rugslag (armen passief). |
|
|
|
|
3.1 |
Naar keuze te water gaan van de kant met
kopsprong of in het water afzetten van de wand, direct gevolgd
door |
|
3.2 |
10 seconden uitdrijven op de borst, aansluitend
enkele meters schoolslag, waarna |
|
3.3 |
7 seconden drijven op de borst, waarna enkele
meters schoolslag, |
|
|
|
|
4.1 |
Afzetten van de wand en 10 seconden uitdrijven op
de rug, waarna |
|
4.2 |
enkele meters enkelvoudige rugslag, daarna 15
seconden drijven op de rug, proef afmaken met enkele meters
enkelvoudige rugslag. |
|
|
|
|
5.1 |
Van de kant of startblok te water gaan met een
kopsprong, aansluitend 10 meter borstcrawl. |
|
|
|
|
6.1 |
In het water, afzetten van de wand, aansluitend
10 meter rugcrawl. |
|
|
|
|
7.1 |
Van de kant te water gaan met een sprong naar
keuze, gevolgd door |
|
7.2 |
30 seconden watertrappen met gebruik van armen en
benen, aansluitend 30 seconden watertrappen met de benen, armen
passief (in de zij). |
|
|
|
De in de diverse proeven genoemde te zwemmen
afstanden moeten zonder onderbreking en zonder dat de kandidaat
aan bodem, wand of enig voorwerp steun zoekt, worden afgelegd. |
|
|
Top |
| Zwemdiploma C
(kledingeisen) |
 |
|
Gekleed
zwemmen:
|
| |
|
1.1 |
Van de kant of van een startblok te water gaan met een rol
voorover (uitgangshouding vrij), aansluitend |
|
1.2 |
30 seconden watertrappen met gebruik van armen en benen en 30
seconden blijven drijven (HELP-houding) met gebruik van
hulpmiddel (bal of lesplank), gevolgd door |
|
1.3 |
50 meter schoolslag, onderbroken door 1 keer onder een vlot door
zwemmen en 1 keer over een vlot heen klimmen en |
|
1.4 |
50 meter enkelvoudige rugslag (armen mogen actief worden
gebruikt), proef afmaken door |
|
1.5 |
zelfstandig uit het water (bij voorkeur niet via trapje) op de
kant klimmen. |
|
|
|
In badkleding: |
|
|
|
2.1 |
Van de kant of startblok te water gaan met een kopsprong, direct
gevolgd door (zonder boven te komen) |
|
2.2 |
onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in
een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van
de (start-)kant bevindt, na het boven komen, aansluitend |
|
2.3 |
125 meter schoolslag, onderbroken door 2 keer een koprol
voorover en 2 keer hoofdwaarts recht naar beneden richting de
bodem duiken, met de benen gestrekt naar boven, tot de benen
helemaal onder water zijn, proef afmaken met |
|
2.4 |
100 meter enkelvoudige rugslag (armen passief). |
|
|
|
|
3.1 |
Naar keuze te water gaan van de kant met kopsprong of in het
water afzetten van de kant, direct gevolgd door 10 seconden
uitdrijven op de borst, aansluitend enkele meters schoolslag,
waarna |
|
3.2 |
10 seconden drijven op de borst, waarna enkele meters
schoolslag. |
|
|
|
|
4.1 |
Afzetten van de wand en 10 seconden uitdrijven op de rug, waarna
enkele meters enkelvoudige rugslag, daarna |
|
4.2 |
20 seconden drijven op de rug, aansluitend enkele meters
enkelvoudige rugslag, gevolgd door |
|
4.3 |
5 meter wrikken in de richting van het hoofd, proef afmaken met
enkele slagen enkelvoudige rugslag. |
|
|
|
|
5.1 |
Van de kant of startblok te water gaan met een kopsprong
(startsprong heeft de voorkeur), aansluitend 15 meter
borstcrawl. |
|
|
|
|
6.1 |
In het water, afzetten van de wand, aansluitend 15 meter
rugerawl. De proeven 5 en 6 mogen worden gekoppeld. |
|
|
|
|
7.1 |
Van de kant te water gaan met een hurksprong, gevolgd door |
|
7.2 |
30 seconden watertrappen met verplaatsen in meerdere richtingen,
met gebruik van armen en benen, en |
|
7.3 |
30 seconden (verticaal) blijven drijven met gebruik van armen
(benen passief). |
|
|
|
De in de diverse proeven genoemde te zwemmen afstanden moeten
zonder onderbreking en zonder dat de kandidaat aan bodem, wand
of enig voorwerp steun zoekt, worden afgelegd. |
|
|
Top |


Zwemvaardigheid
We geven op zaterdagen ook les in Zwemvaardigheid
1, 2 en 3
verder kun je nog een aantal keuze pakketten volgen om specifieke
vaardigheden aan te leren. Hieronder staan de eisen voor Zwemvaardigheid
1, 2 en 3
zoals ze sinds 15 november 2005 gelden. Op de site van
"Nationaal Platform Zwembaden | NRZ" vind u de eisen van de
verschillende keuze pakketten, de link naar deze site vind u op
de "Links" pagina van onze website.
| Zwemvaardigheid 1 |
 |
Gekleed
zwemmen:
-
Te water gaan van de bassinrand of een startblok
met sprong naar keuze (helemaal onder water gaan);
na het boven water komen aansluitend
-
al watertrappend, van een (meegenomen of
toegeworpen) plastic zak een drijfmiddel maken en
hiermee 30 seconden blijven drijven; aansluitend
-
proef afronden met zelfstandig uit het water op
de kant klimmen.
-
Te water gaan van de bassinrand of een startblok
met een kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven
water te komen)
-
onder water oriënteren en onder water zwemmen
door een gat in een verticaal in het water hangend
zeil dat zich op 9 meter van de (start-)kant
bevindt; vervolgens schoolslag tot 25 meter, daarna
-
50 meter enkelvoudige rugslag, 2 keer onderbroken door een
koprol achterover,
-
50 meter schoolslag, 2 keer onderbroken door: onder een vlot in
de lengte (minimaal 1,5 meter) door zwemmen,
vervolgens erop klimmen en aan de tegenoverliggende
kant eraf gaan, wederom onder het vlot door zwemmen
-
proef afronden met zelfstandig uit het water op
de kant klimmen.
-
Tweetallen. Een deelnemer die in het water ligt
met behulp van een flexibeam of lesplankje naar de
kant trekken.
N.B.
Het kledingpakket is: badkleding T-shirt, blouse of hemd
met lange mouwen lange broek (lange broeken die naadloos
aansluiten op de huid zijn niet toegestaan) schoenen
(plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan;
schoenen zonder echte zool zijn niet toegestaan).
In badkleding:
-
Te water gaan van de bassinrand of een startblok
met een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door
150 meter schoolslag, waarbij minimaal 2 keer een
correct keerpunt wordt gemaakt.
-
Starten in het water (handen aan stang,
bassinrand of startblok), gevolgd door 25 meter
samengestelde rugslag.
-
Te water gaan van de bassinrand of een startblok
met een startsprong, gevolgd door 25 meter
borstcrawl.
-
Starten in het water (handen aan stang,
bassinrand of startblok) met wedstrijdstart, gevolgd
door 25 meter rugcrawl.
-
Te water gaan van de bassinrand of een startblok
met een startsprong, gevolgd door 8 meter
(beginners)vlinderslag.
-
Te water gaan van de bassinrand of een startblok,
met een sprong naar keuze; een aantal slagen
schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het
maken van een hoekduik en daarna het aantikken van
drie pilonnen, die op een onderlinge afstand van 2
meter minimaal 2 meter onder het wateroppervlak zijn
opgesteld.
-
In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5
meter wrikken (stuwen) in de richting van het hoofd,
proef afronden met een gehurkte draai (360°).
-
In het water, tweetallen, 4 x de bal werpen.
-
Starten in het water, 10 meter polocrawl zwemmen.
-
30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen.
|
|
Top |
| Zwemvaardigheid 2 |
 |
Gekleed
zwemmen:
- Te
water gaan van de bassinrand of een startblok met
een sprong voorwaarts (helemaal onder water gaan);
na het boven water komen aansluitend
- al
watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen)
plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 1
minuut blijven drijven; aansluitend
-
proef afronden met zelfstandig uit het water op de
kant klimmen.
- Te
water gaan van de bassinrand of een startblok met
een kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven
water te komen)
-
onder water oriënteren en onder water zwemmen door
een gat in een verticaal in het water hangend zeil
dat zich op 9 meter van de (start-)kant bevindt,
waarna (zonder boven water te komen) een pilon op 12
meter (van de startkant) wordt aangetikt; vervolgens
schoolslag tot 25 meter; daarna
- 50
meter enkelvoudige rugslag, 1 keer onderbroken door
een koprol voorover en een koprol achterover, daarna
- 50
meter schoolslag, waarbij 1 keer het volgende
onderdeel wordt uitgevoerd met tweetallen:
deelnemer A en B zwemmen naar elkaar toe, deelnemer
A legt de handen op de schouders van deelnemer B en
duwt deze even onder water terwijl hij/zij er
overheen zwemt. Deelnemer B zwemt onder deelnemer A
door;
-
proef afronden met zelfstandig uit het water op de
kant klimmen.
-
Tweetallen. Vanaf de kant met een hurksprong te
water gaan met een flexibeam of lesplankje in de
hand, vervolgens de kant vastpakken, flexibeam of
lesplankje laten vastpakken door de deelnemer die in
het water ligt en deze naar de kant trekken.
NB. Het
kledingpakket is: badkleding T-shirt, blouse of hemd met
lange mouwen lange broek (lange broeken die naadloos
aansluiten op de huid zijn niet toegestaan) schoenen
(plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan;
schoenen zonder echte zool zijn niet toegestaan).
In badkleding:
- Te
water gaan van de bassinrand of een startblok met
een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 175
meter schoolslag, waarbij minimaal 2 keer een
correct keerpunt wordt gemaakt.
-
Starten in het water (handen aan stang, bassinrand
of startblok), gevolgd door 50 meter samengestelde
rugslag.
- Te
water gaan van de bassinrand of een startblok met
een startsprong, gevolgd door 50 meter borstcrawl.
-
Starten in het water (handen aan stang, bassinrand
of startblok) met wedstrijdstart, gevolgd door 50
meter rugcrawl.
- Te
water gaan van de bassinrand of een startblok met
een startsprong, gevolgd door 10 meter vlinderslag.
- Te
water gaan van de bassinrand of een startblok met
een sprong naar keuze, een aantal slagen schoolslag
zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een
hoekduik en daarna onder water door 2 staande
hoepels zwemmen die op een onderlinge afstand van 2
meter minimaal 1,5 meter onder het wateroppervlak
zijn opgesteld.
- In
het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter
wrikken (stuwen) in de richting van de voeten; proef
afronden met een gehurkte draai (360°) rechtsom,
uitstrekken en aansluitend een draai (360°) linksom.
- In
het water, met tweetallen, 4 x de bal werpen.
-
Starten in het water, 10 meter zwemmen met de bal
met de polocrawl
- 30
Seconden ongelijkzijdig watertrappen, op signaal 3
keer omhoog komen.
|
|
op |
| Zwemvaardigheid 3 |
 |
Gekleed zwemmen:
- Te water gaan van de bassinrand
of een startblok met een sprong voorwaarts (helemaal
onder water gaan); na het boven water komen
aansluitend
- al watertrappend, van een
(meegenomen of toegeworpen) plastic zak een
drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden blijven
drijven, daarna onder water gaan, de plastic zak
legen, weer boven komen en opnieuw met lucht vullen
en 30 seconden drijven,
- proef afronden met zelfstandig
uit het water op de kant klimmen.
- Te water gaan van de bassinrand
of een startblok met een kopsprong direct gevolgd
door (zonder boven water te komen)
- onder water oriënteren en onder
water zwemmen door een gat in een verticaal in het
water hangend zeil dat zich op 9 meter van de
(start-)kant bevindt, waarna (zonder boven water te
komen) een pilon op 15 meter wordt aangetikt;
vervolgens schoolslag tot 25 meter, daarna
- 50 meter enkelvoudige rugslag, 1
keer onderbroken door twee koprollen voorover en
twee koprollen achterover; daarna
- 50 meter schoolslag, onderbroken
door: een hoekduik, onder water door een poortje
heen, een halve draai om de lengte-as maken naar
rugligging en zo boven water komen;
- proef afronden met zelfstandig
uit het water op de kant klimmen.
- Tweetallen. Vanaf de kant met een
hurksprong te water gaan met een flexibeam of
lesplankje in de hand, flexibeam of lesplankje laten
vastpakken door de deelnemer die minimaal 10 meter
vanaf de kant in het water ligt en deze 10 meter in
rugligging naar de kant trekken
NB. Het kledingpakket is: badkleding
T-shirt, blouse of hemd met lange mouwen lange broek
(lange broeken die naadloos aansluiten op de huid zijn
niet toegestaan) schoenen (plastic, leren en
sportschoenen zijn toegestaan; schoenen zonder echte
zool zijn niet toegestaan).
In badkleding:
- Te water gaan van de bassinrand
of een startblok met een sprong naar keuze,
onmiddellijk gevolgd door 200 meter schoolslag,
waarbij minimaal 3 keer een correct keerpunt wordt
gemaakt.
- Starten in het water (handen aan
stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 75
meter samengestelde rugslag.
- Te water gaan van de bassinrand
of een startblok met een startsprong, gevolgd door
75 meter borstcrawl, waarbij minimaal 1
tuimelkeerpunt wordt gemaakt.
- Starten in het water (handen aan
stang, bassinrand of startblok) met wedstrijdstart,
gevolgd door 75 meter rugcrawl, waarbij minimaal 1
keerpunt wordt gemaakt.
- Te water gaan van de bassinrand
of een startblok met een startsprong, gevolgd door
15 meter vlinderslag.
- Te water gaan van de bassinrand
of een startblok met een sprong naar keuze, een
aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk
gevolgd door het maken van een hoekduik en daarna
onder water een hoepel van de bodem optillen (deze
bevindt zich horizontaal op de bodem, minimaal 2
meter diep), er doorheen gaan en vervolgens weer
boven water komen.
- In het water, rugligging, handen
bij de heupen, 5 meter wrikken (stuwen) in de
richting van het hoofd, aansluitend een salto
achterover gehurkt.
- Starten in het water, 10 meter
zwemmen met de bal met de polocrawl, met z’n tweeën
naast elkaar, de bal twee keer naar elkaar
overspelen.
- 30 Seconden ongelijkzijdig
watertrappen, waarbij de bal minimaal 3 keer wordt
overgegeven van de ene naar de andere hand, ruim
boven het wateroppervlak.
|
|
Top |